Voorbeelden van het gebruik van Gezin in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij groeide op in een gezin met een traditioneel mannenbeeld.
Ja, voor het gezin.
Ze moeten tijd met hun gezin doorbrengen.
U bent verantwoordelijk voor dat gezin.
Voor… Voor mijn gezin.
niet hun gezin.
Wij zijn een zero tolerance gezin.
Ik doe 't voor ons gezin.
Wij gaan met ons gezin naar Las Vegas.
Is er verder in uw gezin nog iemand ziek?
Ik bewonder uw bezorgdheid voor uw gezin.
Barnard en ik hebben allebei een gezin.
Stuur ik naar elk gezin van mijn.
En hij wil een gezin.
We hebben een gezin.
Je bent de enige man in het gezin.
Luis Fernando. Hij had een gezin.
Maak plezier en vergeet dat ze misschen een gezin willen of hebben.
En communiceer. Het kindje is gebaat bij harmonie in het gezin.
En ik mis ons gezin.