Voorbeelden van het gebruik van Haat mannen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben Marcie. Ik haat mannen.
O, nee. Ik haat mannen.
Jij wint.- Ik haat mannen.
Ze haat mannen zoals Mathias.
Lisbeth haat mannen die vrouwen haten. .
Je haat mannen, hè?
Ik haat mannen die sieraden dragen.
Je haat mannen.
Je haat mannen.
Weet je, ik haat mannen.
Kom op. Weet je, ik haat mannen.
Kom op. Weet je, ik haat mannen.
Wij haten mannen.
Vrouwen haten mannen.
En ik haten mannen die mij Shelly noemen.
Ze haten mannen met een vrije geest.
Ze haten mannen met een vrije geest.- Nee, sukkel.
Maar vrouwen haten dat, ze haten mannen.
Alle vrouwen die ik ken haten mannen.
Ik haatte mannen zo verschrikkelijk.