Voorbeelden van het gebruik van Haat in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dan haat ik mezelf steeds meer.
Ik haat hem omdat hij me zo heeft verlaten.
Hoe vaak zij hun misverstanden, hoe vurig is hun haat.
Ja. Uw haat, je woede…- Nee.
Hij haat Lorenzo en Edha.
Emily. Ik haat je. Emily.
Straks haat je me weer.
Ik haat hem gewoon.
Al onze haat.
Voor mij is haat een kwestie van afstand.
Ik haat je. Emily.- Emily.
Hij haat Butler.
En ik haat mijn vader.
En ik… haat mezelf… voor het haten van hen.
Al jullie kleine haat.
Haat dat ze me bang hadden gemaakt om mezelf te zijn.
Oh, ik haat kinderen! Shelly!
Hij haat details.
Dan haat m'n zoon me nog meer.
Oh je haat het! Oke!