Voorbeelden van het gebruik van Het praat in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie het eerste praat, krijgt immuniteit.
Nou, wat zegt het? Het praat?
Kijk, het praat.
Heilige makrelen, het praat.
Ik trap er niet in. Het praat.
Het praat over zijn eigen inhoud.
Het praat en weet mijn naam.
Het praat met ons.
Het praat tegen je.
Zeker. het praat, en soms zingt het zelfs 's avonds.
Alles veilig' Het praat tegen de koelkast.
Maar ze weet het en praat erover.
Het praat nu tegen jou.
Het praat onzin.
Het praat, Merry.
Het praat, en het heeft nog steeds pit in zich.
Het praat wanneer je het aanzet.
Het praat met me.
