Voorbeelden van het gebruik van Praat in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik praat met m'n ogen.
Hij praat vanbinnen, zoals ik.
Jij praat altijd echt met me.
Dat is Ava die praat, dat ben jij niet.
Hij praat en ik luister. Communicatie.
Ik krijg zelfs de benzine meter weer aan de praat.
Maar ze praat nooit tegen me, Molly!
Ik praat met mijn vrouw. Antoine.
Ik praat met Frank. Ik luister.
Hij praat met een agent.
Onze collega praat momenteel met je pro-Deoadvocaat.
Praat jij met Quincy?
Maar ze praat in haar slaap.
Waarom praat ze met u?
Het is super eenvoudig te installeren en aan de praat te krijgen.
Hij praat nooit over hem.
En praat voordat u me slaat!
Ik praat met Frank. Ik luister.
Praat niet zo tegen je moeder.
Ik praat met Dennis Wilburn over je contract.