Voorbeelden van het gebruik van Praat in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik praat niet goed wat mijn zoon gedaan heeft.
Praat erover met jullie families.
Ik praat alleen maar wat.
Praat je nooit… met iemand? Ook niet met je zus?
Je praat nooit slecht over iemand, echt nooit.
Ik praat niet meer met je.
Praat je zo tegen iedereen in je familie?
Je praat niet?
Ik praat niet met je als je zo spreekt.
Praat je zo tegen Seymour?
Je praat nooit tegen me!
Dadelijk schrijf je nog op de ramen en praat je met Rosie?
Praat je zo tegen je klanten?
Praat niet zo.
Praat met hem. Zeg hem wat je denkt.
Praat niet zo over mijn vader! Of ik sla je in elkaar!
Praat je veel met hem?
Je praat niet met flikken!
Praat je zo op school?
Praat geen onzin.