Voorbeelden van het gebruik van Het roepen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Goedenavond, meneer, ik ben alle krijgers van Zoran bijeen aan het roepen.
Iemand was aan het roepen.
Nee, het roepen.
Moeder Natuur is aan het roepen, Preacher.
Wie was aan het roepen?
Ja, jij was aan het roepen.
Lach, zodat ze niet denkt dat ik tegen je aan het roepen ben.
Ik ben je al een uur aan het roepen.
Tegen wie ben je hier aan het roepen?
Ja, jij was aan het roepen.
Stan, jij ging sinds Nieuwjaar het roepen opgeven.
Ik was je aan het roepen en roepen. .
Sorry voor het roepen.
Je was aan het roepen.
Stan, denk er aan, je geeft het roepen op voor de vasten.
Hij was zijn troep aan het roepen.
Je was aan het roepen.
Maar toen ik buiten ging stopte het roepen niet.
Twee. Ik wou vandaag het roepen behandelen.
