Voorbeelden van het gebruik van Het te zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De permanente opleidingen dienen op het volgende te zijn gericht.
Serena, dat hoeft het niet te zijn.
Daarnaast schijnt het zo te zijn dat je er Olifanten mag wassen.
Nee, maar ik probeer het te zijn.
Ze schijnt echt je van het te zijn.
Dat schijnt je van het te zijn.
Ik wil niet dat het te zijn als dit.
Dat hoorde het te zijn.
Meerderheid van hen geloofde dat het te zijn vertekend door de Joden.
Je lijkt het niet te zijn.
Maar ik probeer het niet te zijn.
Ik probeer het te zijn, dat is juist zo wat belachelijk.
Ik verdien het niet te zijn.
We hopen het wel te zijn.
Ze probeert het niet te zijn, maar is het toch.
Ik heb teveel werk het niet te zijn Ja.
Zo moeilijk hoeft het niet te zijn.
Dit lijkt het te zijn.