Voorbeelden van het gebruik van Hij hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mensen zoals hij hebben iets in zich.
Mensen zoals hij hebben iets in zich.
Mensen zoaIs hij hebben iets in zich.
Gasten zoals hij hebben een eindeloze pijngrens.
Wat kan hij hebben?
Die kan hij niet hebben.
Nee, dat zou hij nooit hebben gedaan. Zo is hij niet.
Jij en hij hebben persoonlijke problemen.
Wat moet hij hebben?
Wat zou hij hebben?
Mary Frank, je hebt geen idee… Wat mannen zoals hij hebben doorgemaakt.
Zij hebben nog niet de helft gedaan van wat hij hebben gedaan.
Het zijn de jongen, die hij hebben moet!
Waarom? Welke reden kan hij hebben?
Wij zullen u alles geven wat hij hebben over hem.
Het is voorbij, dus jij en hij hebben wat jullie wilden.
Wij zullen u alles geven wat hij hebben over hem.
Welk leven zou hij hebben?
Vier bloedtransfusies moest hij hebben.
Vier bloedtransfusies moest hij hebben.