Voorbeelden van het gebruik van Hij moet er in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij moet er nu zijn.
Hij moet er lelijke kleren door dragen.
Hij moet er op tijd zijn, begrijp je dat?
Ik heb grote oorkanalen, hij moet er in gevallen zijn.
Hij moet er weer in.
Hij moet er wezen.
Hij moet er achter zitten.
Hij moet er eerder uit liggen.
Hij moet er weg voor ze zich realiseren dat z'n familie weg is.
Hij moet er op aan kunnen.
Hij moet er altijd eerlijk over zijn tegen een student.
Hij moet er al zijn.
Hij moet er onder uit.
Hier. Hij moet er een hebben gemaakt.
Hij moet er over twintig minuten zijn.
Hij moet er zo zijn.
Hij moet er nog aan wennen.
Hij moet er weer in.
Net? Hij moet er voor zeven uur uit.
Hij moet er af.

