Voorbeelden van het gebruik van Huichelaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
ik heb de huichelaar.
Ik ben zakenman, geen huichelaar.
Martin noemde zijn vader een huichelaar.
maar ik ben geen huichelaar.
Stop met te doen alsof! Je bent een huichelaar.
Je bent een lafaard en een huichelaar.
Je eet met een huichelaar, mijnheer.
Je bent niets dan een huichelaar en een leugenaar!
Huichelaar dat je bent.
Noem me huichelaar als je wilt.
Vuile huichelaar. Pardon.
Vuile huichelaar. Pardon.
Die huichelaar? Nooit. Nooit?
Die huichelaar? Nooit? Nooit.
U bent een huichelaar, een overspelige bovendien.
Wees geen huichelaar!
Dacht je dat ik een huichelaar?
We ontmaskeren hem als huichelaar.
Hij is zo'n huichelaar.
Waarom een huichelaar?