Voorbeelden van het gebruik van Ik wonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn ouders en ik wonen bij mijn nicht, Audrey Griswold.
Margot en ik wonen ernaast.
Waar moet ik wonen, wat moet ik doen?
Hierin zal ik wonen voor de komende 14 jaren.
Wes en ik wonen samen.
Jay en ik wonen nu samen.
Danny en ik wonen een driedaagse workshop bij om ons te focussen op onze relatie.
Earl en ik wonen in de buurt.
Mr Garrison, Al en ik wonen al een paar maanden samen.
In uw huis mag ik wonen, tot in lengte van dagen.
Mijn vrouw en ik wonen in een hotel suite.
Sheldon en ik wonen samen.
Eddie en ik wonen samen.
Margit en ik wonen sinds vijf jaar in Delft.
Lawson en ik wonen hier al een tijd. Wat?
Mam en ik wonen hier sinds de scheiding.
Manny en ik wonen in mijn strandhuis.
Behrad en ik wonen in een landhuis speciaal voor ons.
Mijn vrouw en ik wonen even verderop.