Voorbeelden van het gebruik van Je rusten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En dan kun je rusten. Voor altijd.
Wil je rusten, kalm zijn, tijd doorbrengen met familie in vrede?
De rust van deze plek kun je rusten.
Sta op, Senor. Ik sla snel een kamp op. Dan kun je rusten.
Eén drankje… dan mag je rusten.
Met elke zitzak kun je rusten en eraan werken.
Je moet rusten.
Heb je kunnen rusten?
Volgens Gaius moest je rusten, je wonden laten genezen.
Nu moet je rusten, Henry.
Je moet rusten. Wie gaat het meisje trainen?
Moeder. Je moet rusten.
Je moet rusten. Moeder.
Moet je rusten van de dokters? Verdorie. Verdorie.
Maar nu moet je rusten. Oké?
Je moet rusten. Kom mee, Marcos.
Je moet rusten. Kom mee, Marcos.
Je moet rusten.
Maar voorlopig moet je rusten.
moet je rusten.