Voorbeelden van het gebruik van Je vrouw in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben je vrouw, Charlie.
De Amerikaanse blanke verkracht je vrouw en je dochters.
Jij zult sterven… en ze zullen je vrouw en kinderen mijnemen.
Gelukkig had je vrouw de belangrijkste, hè?
Woont je vrouw hier?
Ik heb je vrouw gezien, Engelsman.
Blijft je vrouw in London?
Plat op je gezicht of je vrouw herkent je niet meer.
Maak dit maar in. Praat alles uit met je vrouw vanavond.
We kunnen je vrouw niet vinden.
Woont je vrouw hier?
En hoe vind jij je vrouw, Sharrow?
Je vrouw en ik praten.-Stil, Alex.
Laat je vrouw en je vriendinnen je niet zien.
En naast je vrouw begraven worden.
Je vrouw is zwanger.
Je vrouw wou je niet laten gaan, hé?
Hij behandelde je vrouw, Alex. May.
Bel je vrouw, je man, je vriendje, je vriendinnetje.
Is dat je vrouw die net is binnengekomen?