Voorbeelden van het gebruik van Je vrouw in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben je vrouw niet, Jake.
Wat zei je vrouw toen ze hem vond?
Anders doden we je vrouw en kind.
Ik heb je vrouw ge-sms't.
Over je vrouw.
Je vrouw ligt met migraine op de bank.
Ga, voordat je vrouw is een weduwe!
Toen ik het hoorde, van je vrouw, wilde ik je bellen.
Niet je vrouw, niet.
Hoe gaat je vrouw met dit alles om?
Je vrouw heeft dat zeker voor je gebatikt, hè, Moreno?
Troost je vrouw.
Ik heb je vrouw in de Hi-Hat gezien.
Makker, je vrouw is hier,
Ik waarschuw je vrouw dat je later zult zijn.
Je vrouw zit in de bezemkast aan een babydekentje te ruiken.
Als je je vrouw verplaatst, zal ze sterven.
Je vrouw wacht echt geen twintig jaar.
Dank je. Herinner me eraan dat ik je vrouw moet bedanken.