Voorbeelden van het gebruik van Juichten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar niet alle Oostenrijkers juichten.
Hoe ze juichten.
De ministers juichten de voorgestelde aanpak algemeen toe.
We juichten voor iedereen, behalve'de Boks.
We juichten omdat er iets gebeurde.
Auto-experts juichten ook.
De mensen juichten toen hun nekken knakten.
En ze juichten en lachten en applaudisseerden.
De soldaten juichten omdat ze de slag gewonnen hadden.
Mensen juichten voor de verstoring.
Toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen.
Nederland heeft de Britten vernederd!' juichten de Nederlandse sportverslaggevers.
Ik dacht dat ze juichten.
Hun harten juichten.
Ik maakte deel uit van het ontwapenings akkoord en de mensen buiten juichten.
Die dag, omhelsden wij, huilden wij, juichten wij.
Ik kon niet geloven dat mensen voor Dixie juichten.
Ik dacht dat ze juichten.
Ik wist zeker dat ze juichten.
Miljoenen Amerikanen juichten.