Voorbeelden van het gebruik van Kicken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De afdaling zelf is‘kicken' volgens het tweetal.
Ze kicken op het martelen, hij en die jongen.
Hij kan stompen, kicken en springen.
Kicken op martelen, die twee… hij en de jongen.
Moeilijk te geloven dat mensen hierop kicken.
Sommige mensen kicken daarop.
En rijke mensen kicken daarop.
Er zijn mannen die erop kicken om het met een onervaren escort te doen.
De signatuur is waar ze op kicken.
Kicken op wat?
Je had moeten kicken.
Zijn scheepsmaten dachten dat hij zou kicken.
Wij kicken op verbeterde resultaten
Organisatie Klikken doet kicken: Uitzonderlijk aanbod.
Ja, wat kicken, ik bedoel, vreselijk is dat?
Heel erg kicken, ik bedoel, vreselijk.
Meiden kicken op littekens, kom op.
Ze kicken op golf.
Het was kicken, zoals ze tegenwoordig zeggen.
Kicken om een stem van thuis te horen.