Voorbeelden van het gebruik van Kleine man in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb m'n kleine man. Inspiratie.
De kleine man was een geboren veelvraat.
Die kleine man heeft een goede smaak. Whoa.
Waarom ben jij een kleine man in een doos?
Kleine man.
Dat weten we niet kleine man.
We zoeken dus een kleine man of een kind.
De kleine man.
Is er een kleine man die daar woont?
Een kleine man wie alles weet?
De kleine man wint.
Kleine man met zwart haar?
De kleine man mocht willen dat hij de helft van actie heeft.
Sorry, kleine man.
Nee, hij is een droom, jouw kleine man.
Kleine man, klein wapen.
Je bent nogal een kleine man… in een grote, wijde wereld.
Kleine man beledigt Berta's smoking.
Ik ben die kleine man die niet sneu bevonden wil worden.
Ik zag een kleine man en dacht dat hij groter was.