Voorbeelden van het gebruik van Kraakt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het kraakt.
De chips zitten erbij omdat ik van eten hou dat kraakt.
Precies. Ze kraakt mijn huis.
Als de chef kraakt, moet iemand voor het meisje zorgen.
De matras op het tweepersoonsbed comfortabel, maar kraakt.
Het maakt of kraakt een organisatie.
De manier waarop ze haar nek kraakt.
De chips zitten erbij omdat ik van eten hou dat kraakt.
De rechtvaardige kraakt altijd het eerst.
Het is een authentiek oud huis waar alles aan kraakt.
De weg naar huis kraakt.
Als mijn stem kraakt.
Fashion consultant Simone Dernee weet wat een outfit maakt of kraakt: een zonnebril.
Lokale tweeling kraakt Radio Rebel's ID.
Het ijs kraakt onder ons.
Als het kind tanden kraakt in zijn slaap.
Blijf hem bellen tot hij kraakt.
Haar vloer kraakt elke nacht.
Als je deze kraakt, weet je alles.
Het knarst en kraakt… en dat rode licht verbrandt m'n hersenen.