Voorbeelden van het gebruik van Kreupel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar… je kunt die kinderen kreupel maken.
En kreupel zijn is jouw redding.
En twee zwangere vrouwen. Ze zijn blind en kreupel.
Dacht dat je kreupel was.
Ik ben nog niet helemaal kreupel.
Maar m'n paard is kreupel.
Hij had levenslang kreupel kunnen zijn.
ik ben kalend en kreupel.
Ik had 'm kreupel kunnen schieten maar ik deed dat niet.
Ik zie bipolaire mensen niet als kreupel.
hij werd kreupel wakker.
Ze is nog kreupel ook.
Jarenlang was hij kreupel.
Nee, ik geloof dat hij nog kreupel was.
Als depressie sinds kreupel de wereldeconomie was Duitsland opnieuw te beginnen.
We hebben nog steeds actief is, hoewel we kreupel.
We zijn allemaal kreupel van binnen.
Dat je kreupel was.
Ik ben weer kreupel.
Hij is tenslotte kreupel.