Voorbeelden van het gebruik van Levenslustig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Buddy lijkt op zijn moeder, omdat hij levenslustig is.
Zo vrolijk en levenslustig.
Ik had me nog nooit zo levenslustig gevoeld!
Je bent groot en sterk… levenslustig, ondeugend.
Zij was zo sprankelend en levenslustig.
Kerngezond en levenslustig.
Je bent zo levenslustig en nieuwsgierig.
Je bent groot en sterk… levenslustig, ondeugend.
Ze was zo levenslustig.
Ze is… Ze was zo levenslustig.
Levenslustig, en een mooi, stevig lichaam.
Levenslustig en sterk. knap… En fijn.
Ze is nogal levenslustig sinds ze hormoontherapie krijgt.
Hij is levenslustig en absoluut niet zenuwachtig van aard.
oude dieren zijn er weer gezond en levenslustig;
Maar daarmee wordt zo iemand ook minder spontaan en levenslustig.
Geeft energie om de dag levenslustig te beginnen.
Ze lijkt sterk en levenslustig.
Zijn werk klinkt vitaal en levenslustig.
Veel mensen noemen me dapper, levenslustig en strijdbaar.