Voorbeelden van het gebruik van Minuutje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb wel een minuutje.
Ik heb een minuutje of twee.
Papi, we hebben geen minuutje.
We zijn er in een minuutje.
Minuutje rijden naar een prachtige 18-holes golfbaan.
Bijna. Ik wil gewoon een minuutje om vaarwel te zeggen.
Bijna. Ik wil gewoon een minuutje om vaarwel te zeggen.
Minuutje te laat.
Ik wil een minuutje met Buddy praten.
N Minuutje misschien.
Tijd voor ons Minuutje Manieren, kinderen.
Effe Minuutje, beer.
Minuutje voordat je daar binnen gaat.
Minuutje voordat je daar binnen gaat.-Inderdaad.
Minuutje. Hebben we niet.
Minuutje. Ja, dat weet ik.
Ik wil een minuutje met haar alleen.
Tijd voor ons Minuutje Manieren, kinderen.
Minuutje, Travis.- Goed, wat ik wilde zeggen…- Eerlijk gedaan.
Ja, dat weet ik. Minuutje.