Voorbeelden van het gebruik van Morgen weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik begin morgen weer.
Ik spreek je morgen weer.
We gaan allemaal slapen en pakken de draad morgen weer op.
We proberen het morgen weer.
Ik breng haar morgen weer.
Nee. Hij vecht morgen weer.
We zien hem morgen weer.
Het vliegveld gaat op z'n vroegst morgen weer open.
Ik bel je morgen weer.
dan spreken we elkaar morgen weer.
Morgen weer?- Ja?
Morgen weer?- Ja.
En morgen weer om te werken of te studeren.
Morgen weer?
Ik kom morgen weer even bij je kijken als ik kan.
Morgen weer een drukke dag.
Worden er morgen weer maar het is om een tweede gat.
Ik bel morgen weer.-Dank je.
We zien elkaar dezelfde tijd en plek, morgen weer!
Na een week in Douarnenez morgen weer verder.