Voorbeelden van het gebruik van Morgen weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wil je morgen weer naar de Twee-Gigs toe?
Ik wil morgen weer open.
We kunnen het morgen weer proberen.
Over dit punt zullen wij echter morgen weer spreken.
Miles, ik spreek je morgen weer.
We proberen het morgen weer, met een ander subject.
Ik moet morgen weer in de winkel zijn!
We kunnen het morgen weer proberen.
Ik zie u morgen weer, mevrouw Kupfer.
Dat ze je morgen weer tot leven gaan wekken.
We proberen het morgen weer.
Ik moet morgen weer naar Zürich.
En ik wil morgen weer openen.
We kunnen het morgen weer doen.
Ik bel morgen weer.
We proberen het morgen weer.
Ik moet haar morgen weer zien.
Ik probeer het morgen weer.
Ik zie hem morgen weer.
Ik spreek haar morgen weer.