Voorbeelden van het gebruik van Neefjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben hier met m'n neefjes.
Dit zijn je neefjes en nichtjes.
Ooms, tantes, neefjes, broers en vader.
De cadeaus voor m'n neefjes inpakken.
Nichtjes of neefjes?
Onze neefjes, Nicky en Alex.
Met excuses, Agent Danny. Mijn neefjes.
M'n neefjes lieten mij daar achter toen ik tien was.
Neefjes.- Ja, mijn neefjes.
We gaan naar LACMA met de neefjes.
Morgen komt m'n schoonzus met de neefjes.
Ik heb geoefend met m'n twee 5-jarige neefjes.
ooms en neefjes.
Ik heb geoefend met m'n twee 5-jarige neefjes.
Ik wiide mijn nicht en neefjes zien.
Gregor, dit zijn mijn neefjes, Jack en Sammy.
Jij hebt twee neefjes.
Ik weet dat jullie mijn neefjes zijn.
Ik miste mijn neefjes.
Nee. Ik heb maar twee neefjes.