Voorbeelden van het gebruik van Niet zingen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je gaat niet zingen.
Dit niet lees, dit niet zingen.
Oké, dat gaan we niet zingen, gast.
Nee, dat ga ik niet zingen.
Ik ga niet zingen.
Nee. Ik ga niet zingen.
Dat gaan we niet zingen.
Maar ik ga niet zingen.
Je zult niet zingen over doodgaan maar over leven.
Dus niet zingen, vaudeville eikel.
Wij niet zingen.
Ze kan niet zingen voor jou!
Niet zingen, niet fluiten.
Ik kom hier niet zingen, noch inzamelen voor het goede doel.
Jij wilde niet zingen en zij werd pissig.
Niet zingen.
En niet zingen, oké?
Mockingbird niet zingen.
Als we niet zingen, wordt ze zo verdrietig.
En weduwen niet zingen begrafenis klaagzangen.