Voorbeelden van het gebruik van Noem je in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Noem je dat een lobby? Uw sleutel.
Noem je prijs, Harold.
Noem je al je vrouwelijke studenten zo?
Noem je ze nu incompetent?
Noem je me een leugenaar? Ja.
Wie noem je nikker, bleekscheet?
Waarom noem je m'n naam steeds?
Noem je dit een crew?
Noem je prijs, Dom.
Noem je mij een mietje?
Wie noem je huisdieren? Nee, stop?
Noem je mij een vrek?
Noem je hém een dief?
Noem je gay zijn een voorkeur?
Billy. Waarom noem je hem Sarge?
Noem je favoriete liedje.
Stop! Wie noem je huisdieren?
Noem je mijn moeder de Boze Heks van het Zuiden?
Noem je mij een bokszak?
Noem je dit mijn schuld?