Voorbeelden van het gebruik van Noem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Noem nooit Rachel. Yeah.
Ik noem dit kind Catherine.
Noem het eerste ding dat in je hoofd opkomt.
Alstublieft. Noem me maar Arthur. Arthur.
Ik noem hem vader.
Noem je me een leugenaar? Ja?
Noem hem mijn geheime informant.
Noem je mij een dwaas?
Noem het gewoon als je belt.
Noem de vier pilaren van Sanctum.
Noem het eerste ding datin je hoofd opkomt.
Ik noem het de Tom/Brady.
Ik noem hem Sheldon.
Noem je me een leugenaar? Ja.
Ik noem haar Rebecca.
Ik noem het"Slushious.
Noem je je verloofde'meneer'?
Noem je hém een dief?
Noem het andere boek dat je schrijft.
Geschiedenis, en noem de auteur dit keer.