Voorbeelden van het gebruik van Opbouwend in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja, het was erg opbouwend.
Ja, de gesprekken… zijn erg opbouwend.
Dat is niet opbouwend.
Dat is niet opbouwend.
Opbouwend leren in interactie brengt als het goed is de nodige uitdagingen met zich mee.
Zeker, alles mag, maar niet alles is opbouwend.
Reacties op: Fijne kerstdagen en een opbouwend 2016.
Het traject was voor mij heel stimulerend en opbouwend.
Alles mag, maar niet alles is opbouwend.
U kunt zich voorstellen dat een dergelijke rapportage niet erg opbouwend is.
Nogmaals bedank ik het Parlement voor zijn opbouwend werk.
De daarbij gevolgde methode was innovatief en opbouwend.
Walnootboom: werkt verzorgend en opbouwend bij kleine slijmvliesverwondingen.
Niet insinuerend maar opbouwend.
Volwassenen denken in termen van wat nuttig en opbouwend is.
We houden onze kritiek opbouwend.
Dat mijn vriendelijkheid ontwapenend mag zijn en opbouwend.
Sterren opbouwend gas raakt op.
In likeability als basis voor betekenisvolle relaties en opbouwend vertrouwen.
We durven opbouwend kritisch en scherp te zijn.