Voorbeelden van het gebruik van Pilsje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze drinkt nog geen pilsje.
Een pilsje.
Ik zei, één pilsje.
Lk trakteer op 'n pilsje.
Ik ga een pilsje pakken.
Ik trakteer je op 'n pilsje.
Een koud pilsje zou er wel in gaan.
Graag een pilsje, dank je.
Een pilsje, meer heb ik niet nodig.
Willen jullie een pilsje, of een broodje?
Lust u 'n pilsje van mij, Majoor?
Drinkt u een pilsje met me, dominee?
Mag ik een pilsje, Coach?
Antwoord: In een pilsje zit tussen 100 en 110 kcal.
Mag ik een pilsje, alsjeblieft?
Ze vroeg een pilsje en toen begon ze.
De azijn naast het pilsje staat niet altijd buitenspel.
Zo, een pilsje voor de jongens.
Pilsje? Dus jij werkt voor haar?
Een pilsje, meer hoef ik niet.