Voorbeelden van het gebruik van Pilsje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze drinkt nog geen pilsje.
Hé ouwe, geef me nog zo'n pilsje.
Hé ouwe, geef me nog zo'n pilsje.
U hebt toch geen zin in een pilsje?
Wil je een pilsje?
Wil je dat ik 'n pilsje voor je pak?
Ik zei, één pilsje.
Ja. Ik wilde een pilsje.
Geef me dat pilsje.
zei dat ik een pilsje ging pakken.
Voor een pilsje?
Het is jammer dat we geen pilsje kunnen drinken samen.-
Kerels die tijd hadden voor een bioscoopje of een pilsje of een kwartje voor de jukebox.
zou je ooit eens een pilsje met me willen pakken?
Drie pilsjes, Suzy.
Voor pils en andere 33'ers.
Zes pilsjes, maat.
Pils Wit met rood omrand.
Vijf pilsjes?
Ik kan de hele dag over pils praten.