Voorbeelden van het gebruik van Rancuneus in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben geen rancuneus persoon.
Maar ik was alleen maar boos en rancuneus.
Je moet niet denken dat ik rancuneus ben.
Ik ben niet rancuneus.
Maar ik was alleen maar boos en rancuneus.
Ze zijn rancuneus.
We zijn ook rancuneus.
En velen zijn rancuneus.
Echt waar?-Ze zijn rancuneus.
Nee. Hatelijk, rancuneus, reusachtig.
Echt waar?-Ze zijn rancuneus.
Dus je bent niet rancuneus?
Het was heel onverstandig en rancuneus.
Ik wil niet rancuneus zijn.
We mogen niet rancuneus lijken.
Het is een manipulatief, meedogenloos, rancuneus, gestoord kreng.
Het is een manipulatief, meedogenloos, rancuneus, gestoord kreng.
Weet je iemand die rancuneus tegenover de Heldmans staat?
Dus ben je rancuneus omdat zij een andere school koos?
U ziet eruit als een man die rancuneus kan zijn.