Voorbeelden van het gebruik van Regenen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet brandhout verzamelen voordat het gaat regenen.
Ik kan u verzekeren dat het gaat regenen.
En de HEERE liet hagel regenen overEgypteland.
Het was die hele week al aan het regenen.
Morgenavond zal het regenen.
Morgen zal het regenen in Kenia.
De leukste tijd was… toen het bleef regenen.
Het is net gaan regenen.
De hele nacht blijft het regenen.
Ja, het zal regenen.
Het bleef de hele week regenen.
Oogbollen regenen.
Het blijft nog wel een week regenen.
We willen hier regenen.
Het had wel kunnen regenen.
O jee, het is gaan regenen.
Inderdaad. Je moet wat brandhout halen voor het gaat regenen.
Het is tijd om het te laten regenen.
Het had evengoed bakstenen kunnen regenen.
Het gaat over twee uur regenen.