Voorbeelden van het gebruik van Slimmerik in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Eén of andere slimmerik stal mijn auto.
Je bent een slimmerik, weet je?
Oké, slimmerik, heb je een lijst?
Dus je bent een slimmerik.
Ik dacht dat jij de slimmerik was.
Ik ben niet de mol, slimmerik.
Zegt de slimmerik die drie dagen vastzat in dat krachtveld.
Jij bent een slimmerik, nietwaar?
Oh, een slimmerik, eh?
Slimmerik lacht. Drie miljoen,
Ik heb een aanhoudingsbevel nu, slimmerik.
Een struik met wielen, slimmerik.
Nee, nee… ik heb een slimmerik nodig.
Jij hebt altijd gedacht dat ik de slimmerik was.
Ik ben van New York, slimmerik.
Mond dicht, slimmerik, of je krijgt het!
Maar zelfs een slimmerik kan voor de gek gehouden worden, Ramon.
Stralende dag hè, slimmerik? De uitzonderlijke nikker.
Allemaal, zitten. Slimmerik, Chonger, ga wat opzij.
Slimmerik lacht. Drie miljoen, om en nabij.