Voorbeelden van het gebruik van Smokkelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Drie keer aangeklaagd voor het smokkelen van narcotica.
Familie. En wapens smokkelen?
Van Alden arresteerde hem vorig jaar voor smokkelen.
Je hebt ze verslavend gif het land in helpen smokkelen.
We smokkelen ook brieven naar het front.
Hen door jullie linies smokkelen was maar al te gemakkelijk.
Smokkelen was niet moeilijk.
Ik zal je aan boord smokkelen.
Volledige immuniteit voor bewijs van het wapens smokkelen.
Eva Sundin gaat weer smokkelen.
Die lui smokkelen Oost-Europese vrouwen tegen hun wil.
We smokkelen drugs.
Minnaressen uit kamers smokkelen in een waskar?
Ze noemen het smokkelen, maar dat is een blankenwoord voor drugshandel.
Niet over het smokkelen van hasj en tabak, snap je?
En ik zag je die wortelen uit je lunch smokkelen.
Familie. En wapens smokkelen?
Beide mannen werden belast met het misdrijf van het smokkelen van marihuana.
Ze smokkelen waar binnen tijdens een wedstrijd.
Ze smokkelen meisjes.