Voorbeelden van het gebruik van Smokkelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Voedsel smokkelen de vreemde geluiden
Dit werd beschouwd als smokkelen.
Smokkelen mensen in Zuid Afrika.
Eens zien wat we deze week aan 't smokkelen zijn.
We accepteren 'n zekere mate van smokkelen.
Die lui smokkelen Oost-Europese vrouwen tegen hun wil.
Jintao heeft zijn rijkje opgebouwd met het smokkelen van Chinese meisjes.
Het is niet de vreemdste plek waarin ik rotzooi heb zien smokkelen.
aangeklaagd worden voor smokkelen.
Kinderen die straatraces houden. Zwarten die sterke drank smokkelen van over de grens.
Vorig jaar werd een mysterieuze verlading ontdekt op het smokkelen van het Coronavirus uit Canada.
wist ik dat je aan het smokkelen was.
Hoe lang zouden de Pickfords al immigranten smokkelen?
Je bent meer dan enkel diamanten aan het smokkelen. Is het niet, Roughcut?
Je kunt me vertellen wat je aan het smokkelen was?
Smokkelen je leerlingen wiet uit Canada?
Je houdt niemand voor de zot dat eten binnen smokkelen in een zaal.
Ik zal je zeggen, jullie kunnen beter niet m'n shit smokkelen.
Jullie kunnen beter deze shit niet smokkelen.
Dan smokkelen ze hem naar buiten met de rest van de gewonden.