Voorbeelden van het gebruik van Toch dood in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
zijn we toch dood.
Ik ga toch dood.
Het meisje in de kamer gaat toch dood.
Ze martelen ons toch dood.
Hé, Cobblepot. Jij was toch dood.
Ze is toch dood?
Hij is toch dood?
gaan we toch dood.
Ach, ze zijn toch dood.
Waarschijnlijk gaan we toch dood.
Die is toch dood?
Echt waar. Ik ben toch dood.
Dus je gaat toch dood.
zijn we toch dood.
Ik ga toch dood!
Ze is toch dood?
Ik kots nog een keer, ik ben toch dood.
Het gaat toch dood.
Als je haar de deur open laat doen gaat ze toch dood.
Hij gaat toch dood.