Voorbeelden van het gebruik van Toch dood in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij gaat toch dood.
Ik ben over een paar jaar toch dood.
zijn we toch dood.
Ze zijn toch dood.
Hij gaat over een paar dagen toch dood.
Gaat mama nu toch dood?
Ik ga toch dood door het gas.
Hij is toch dood, niet?
Goedenavond. Je was toch dood?
Anders is hij over vier dagen toch dood.
Waarom interesseert je dat als je dan toch dood bent?
Nick gaat toch dood.
Ze gingen toch dood.
Hij is toch dood,?
is nu toch dood.
We gaan toch dood.
zijn we toch dood.
Wat maakt het uit, over twee dagen ben je toch dood.
Ze gaat toch dood.
Je maakt me toch dood.