Voorbeelden van het gebruik van Toch helpen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wij Galliërs moeten elkaar toch helpen?
Maar iemand moet Mr. Wonka toch helpen in de fabriek?
Ze kan ons toch helpen.
Of kan hij niet toch helpen?
Jullie hebben het druk… maar jullie komen toch helpen.
Zij zou je toch helpen?
Je zou me toch helpen.
Misschien kan ik toch helpen.
Ik moest hem toch helpen?
Joanna heeft de eerste vaccinatie gehad, dat moet toch helpen, niet?
Toch helpt het ook dan als je weet waar je op moet letten.
Wat, je wist dit, en toch hielp je hem?
Ik heb u toch geholpen?
Nu je me toch helpt.
Je wou toch helpen.
Ze zou toch helpen?
Ik ga hem toch helpen.
Ik mocht toch helpen?
Je wou toch helpen?
Misschien kan ik toch helpen.