Voorbeelden van het gebruik van Trouw in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Trouw en vertrouwen zijn belangrijk voor mij.
Als u blinde trouw verlangt,… respecteer ik uw wensen.
Zoveel trouw, mevrouw, verdient meer geluk.
Waarom? Ik zeg:'Blijf trouw aan jezelf?
Ik ben 100% trouw aan mijn ploeg.
Ik ben zelfs jou trouw.
Broederliefde. Trouw, liefdadigheid en rechtvaardigheid.
Een daad van goede trouw zal helpen de vrede te bewaren.
Trouw met mij, Cynthia.
Uw trouw ring.
Het teken van trouw aan ons geboorteland.
Een eed van trouw voor de bevrijding van Ierse katholieken.
Je zegt altijd:'Wees jezelf trouw.
Ik zal hem altijd trouw zijn.
Vic is je vriend en jij bent trouw.
In Trouw is het muzikale programma de leidraad.
Broederliefde. Trouw, liefdadigheid en rechtvaardigheid.
Trouw met me. Hoe vaak heb je dat gevraagd?
Trouw en volharding.
Het teken van trouw aan de grond.