Voorbeelden van het gebruik van Uitgepraat in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben uitgepraat.
Ben je verdomme uitgepraat?
Zij is uitgepraat.
We zijn uitgepraat.
Ik was nog niet uitgepraat, betrouwbare jongen.
En wij zijn uitgepraat.
Ik ben nog niet uitgepraat.
We zijn nog niet uitgepraat.
Ze was nog niet uitgepraat.
Ben je uitgepraat?
En nu ben ik uitgepraat.
Nee. Ik ben uitgepraat.
Ik was nog niet uitgepraat, betrouwbare jongen.
Scully. En wij zijn uitgepraat.
Ik denk dat we uitgepraat zijn.
Hopelijk hebben jullie alles uitgepraat.
Ik ben nog niet uitgepraat.
Ik was nog niet uitgepraat.
We zijn nog niet uitgepraat.
We zijn uitgepraat.
