Voorbeelden van het gebruik van Uitwijken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Via Nederland kon hij uitwijken naar de Verenigde Staten.
Optrekken, uitwijken en remmen zijn krachten die uw truck banden moeten opvangen.
Alle eenheden uitwijken naar de lager gelegen vijfde.
Uitwijken, nu. Afbreken.
Uitwijken, nu. Afbreken.
Op die manier kan hij niet uitwijken.
Laat hem uitwijken.
Uitwijken in mijn 645 SU, ik leunde over de stoel.
Uitwijken kan niet vanwege slecht weer.
Afbreken. Uitwijken, nu!
De Aurora moest uitwijken naar Rotterdam.
Computer, uitwijken.
Ik dacht dat ze zouden uitwijken.
Waar in hemelsnaam is hij voor aan het uitwijken?
Maar ik weet she will komen uitwijken naarme.
Masters en de mannen moesten uitwijken naar Syrië.
Afbreken.- Begrepen. Uitwijken, nu!
Afbreken.- Begrepen. Uitwijken, nu!
Aanvallen en uitwijken.
Eenheden vijf tot acht, uitwijken naar de bovenste loods.