Voorbeelden van het gebruik van Voortdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Blijf voortdoen tot we weten wat het is.
We kunnen maar beter voortdoen voordat die rabbijn terugkomt.
Voortdoen, mijne heren.
Want als we voortdoen worden we gesnapt.
Blijf voortdoen en vergroot je perimeter.
Kunnen we voortdoen, asjeblieft, Detective?
Blijven voortdoen, konijn.
We kunnen beter voortdoen met onze zaken.
Blijf voortdoen tot we weten wat het is.
Uitbreiden en voortdoen zoals wij bezig zijn, gaat niet.
Frankrijk bevindt zich in een algemene staat van oproer nu de Gele Hesjes voortdoen.
Mogen we voortdoen?
Oei. Oh, ik moet gaan voortdoen.
Ga je daarmee voortdoen?
We moeten voortdoen.
Laten we voortdoen.
Dood, als je blijft voortdoen.
Laten we voortdoen.
We moeten voortdoen!
Frankrijk bevindt zich in een algemene staat van oproer nu de Gele Hesjes voortdoen.