Voorbeelden van het gebruik van Vraagje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik heb een vraagje. Leuk. Vragen. .
Vraagje: zijn jullie nog steeds officieel getrouwd?
Gewoon een vraagje. Waarom?
Vraagje voor je.
Ik heb een vraagje aan Dr. Roth.
Denise, vraagje.
Info Contact En wat als u nog een vraagje heeft?
Het is okee, was enkel een vraagje.
Eén vraagje, Mr Hayward.
Charlie, vraagje voor Ditho z'n grootmoeder.
Ik had een vraagje over vergiftiging.
Gewoon een vraagje.
Begrepen. Vraagje, meneer.
Vraagje over de quarterback.
Vraagje, Ralph.
Ik heb alleen een vraagje.
Zomaar een vraagje.
Begrepen. Vraagje, meneer.
Vraagje voor jou, wie staat er onderaan?
Annie, vraagje.