Voorbeelden van het gebruik van Vraagje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb nog een vraagje.
Professor, vraagje.
Triage. Vraagje. Eind van de hal.
Ik heb een vraagje hierover. Hé.
Ik heb een vraagje voor je?
Leuk. Vraagje: wat is er mis met onze gezichten?
Ik heb een vraagje, want ik zie het een en ander. Sorry.
Ik heb een vraagje. Meneer Do.
Ik heb een vraagje.
Ben je…- Hou toch op. Vraagje?
Ik heb een vraagje.
Ik heb een vraagje. Dankje.
Waarom zou iemand met de naam Lola Jensen Vraagje.
Ik weet wat je gaat zeggen. Vraagje.
Steek je hand op. Vraagje.
Als de rivier vandaag groen is… Vraagje.
Vraagje. Hoeveel is zo'n ongelooflijke tweede kans eigenlijk waard?
Vraagje: is Maya je nieuwe beste vriendin?
Zeg, ik heb een vraagje.
