Voorbeelden van het gebruik van Was brand in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Er was brand bij 't feest beneden.
Yeah, er was brand bij de Quick Stop winkel.
Er was brand maar het heeft niet om zich heen gegrepen.
Er was brand op de East End basisschool vandaag.
Er was brand in een dorpje vlakbij.
Er was brand. Loretta heeft gebeld.
Er was brand.
Er was brand en hij viel uit.
Er was brand en hij viel uit.
Er was brand in St Mary's.
Nee, maar er was brand.
Van 1925 tot 1927 was Brand Senior Technical Officer, daarna Principal Technical
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Brand Air Officer Commanding van de RAF-groep nr.
Mijn eerste gedachte was brand.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Brand Air Officer Commanding van de RAF-groep nr. 10,
u in een vliegtuig zat en er was brand.
Er is brand.
Er is brand in het gebouw.
Er is brand uitgebroken.
Er is brand.