Voorbeelden van het gebruik van Week weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat meisje is al een week weg.
We zijn een week weg.
En hij is een week weg.
Nee, hij is een week weg.
Ga een week weg en ervaar de volledige Marokkaanse surfers levensstijl!
Ik ben 'n week weg, geen maanden.
Hij is een week weg, niemand weet waarheen.
Ik ga een week weg en wat doe jij?
Noah is een week weg en nog niet opgepakt.
Ik ben een week weg, en jij geeft ons programma weg. .
Ik was een week weg en ze hebben iedereen vermoord.
Je blijft een week weg voordat je terugkomt voor je ontslaggesprek.
Ze was deze week weg, maar ze snapt het wel.
Ze is over een week weg, oké?
Je was een week weg, Libby.
Als hij een week weg is, word ik stapelgek!
Ik was een week weg, maar ik was bang.
Je bent pas een week weg en ik loop al een maand achter.
Een week weg en het land ligt in puin.
Je bent al een week weg en ik mis je.