GONE FOR A WEEK - vertaling in Nederlands

[gɒn fɔːr ə wiːk]
[gɒn fɔːr ə wiːk]
week weg
week away
gone for a week
leave in a week
week now
een week weggeweest

Voorbeelden van het gebruik van Gone for a week in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
We went for a week for business brainstorming and reflection.
Wij gingen een weekend voor zakelijk brainstorm en reflectie.
We went for a week and it has been the perfect place.
We gingen voor een week en het is de perfecte plek geweest.
Go for a week of family vacation at reduced price!
Ga voor een week familievakantie tegen gereduceerde prijs!
You go for a week or two.
Je gaat een week of twee.
Go. Go for a week.
Ga weg, een week lang.
Maybe you could go for a week, and I could stay for longer.
Misschien kun jij een week gaan en kan ik langer blijven.
Let yourself feel pampered and go for a week to a spa.
Laat je lekker in de watten leggen en ga voor een weekje naar een kuuroord.
We went for a week and the truth that the apartment met our expectations!
We gingen voor een week en de waarheid dat het appartement voldeed aan onze verwachtingen!
Omar is gone for a week?
Omar is al een week weg?
He's gone for a week?
Hij is al een week weg?
And he's gone for a week.
En is een week lang weg.
No one's come or gone for a week.
Nee deze week niet één gegaan of gekomen.
I have only been gone for a week!
Ik was maar een week weg.
Where could she have gone for a week?
Waar kan ze heen gegaan zijn voor een week?
They will be gone for a week starting tomorrow.
Vanaf morgen gaan ze een week lang afwezig zijn.
You said she was only gone for a week.
Ze was toch maar een week weg?
I- I will only be gone for a week.
Ik blijf maar een week weg.
I will just be gone for a week. Oh.
Ik ben maar een week weg.
I thought you said she was only gone for a week.
Ze was toch maar een week weg?
We just said we were gonna be gone for a week.
We zouden maar 'n week weggaan.
Uitslagen: 3654, Tijd: 0.049

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands