Voorbeelden van het gebruik van Wie deed in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie deed hem huilen?
Wie deed dat?
En wie deed hem dat aan?
Jake. Wie deed dit, Cass?
Wie deed de moord?
Wie deed het licht uit? Stil.
Wie deed dit, Sonny?
Zoals, wie deed het aanbod?
Wie deed Dave in de auto?
Wie deed dat, Jimmy?
Wie deed het glas in je bed?
Diaz? Wie deed dit?
Wie deed dat licht uit,?
Wie deed dit? Mijn wagen!
Wie deed haar erin?
Wie deed dat? Jezus Christus!
Nee, wie deed het?
Wie deed dat? Jezus Christus!
Wie deed die erin?
Mijn wagen! Wie deed dit?