Voorbeelden van het gebruik van Zag je in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wanneer zag je dat de plank weg was?
Ik zag je met Billy.
Paul. Zag je hem? Hugh?
Ik zag je de groene deur uitglippen.
Hoe zag je hem aankomen?! Nu!
Bowman, zag je dat?
Dat zag je aan het veranderen van de wegen.
Zag je de kapitein?
Ik zag je met de sleutels.
Zag je dat je gevolgd werd?
Nu! Hoe zag je hem aankomen?!
Ik zag je tijdens Tomei's verhoor.
Zag je hem? Paul. Hugh?
Zag je haar bewegen in het schilderij?
Dat zag je als ze glimlachte.
Zag je dit?
Zag je deze krassen?
Ik zag je met Mark.
Nu! Hoe zag je hem aankomen?!
Ik zag je bijna sterven.